maandag 21 november 2011

Bevindingen van levende bronnen en vers

Sorry,
Ik heb mijn bericht wat te snel gepost. Ik was vergeten mijn bevindingen erbij te schrijven. Van een levende bron moet je toch iets leren.
Voor diegene zonder "klank" op de pc, hierbij een korte samenvatting van onze gesprekken.
Vraag 1: wat is verhuizen in de nacht?

L: doodgaan
B: doodgaan zonder dat je het weet

Vraag 2: waar is oma als ze je vertelt: doodgaan is verhuizen in de nacht?

L: in de hemel.
Ik vertel haar dat oma nog leeft als ze dit zegt.
L: in haar huis

Vraag 3: waar gaat ze naartoe, wie helpt haar koffers dragen?

L: ze gaat naar opa (terwijl die nog leeft). Daarna gaat ze naar haar graf terwijl niemand haar helpt.
B: ze gaat naar haar doodskist. Niemand helpt haar met haar koffers, je hebt er geen nodig in je graf. Er zijn wel mensen die oma dragen in een koffer, in een kist naar haar graf.

Vraag 4: kan je ook verhuizen overdag?

B: als je dood bent niet, als je leeft wel. Onder de grond kan je niet verhuizen.

Vraag 5: Is er leven na de dood?

B: Is mogelijk, ik weet het niet. Je kan niet leven na de dood.

Het resultaat:

Lennie maakt een ziekenwagen met oma erin die naar de hemel kan vliegen. Er staan lichten op om in de donker te verhuizen en een sirene. Aan het verkeersbord begint de hemel. De ziekenwagen heeft een wit kruis maar dat is in het echt niet zo. Een ziekenwagen kan toch ook niet vliegen!

Brecht maakt een graf met 2 kruisjes, eentje staat er altijd op het andere vervangt de naam en de foto van de dode. De grafsteen is grijs en oma ligt eronder. Er staan geen bloemen bij, het graf is wit want er zijn mensen die dat met verf bespuiten en de bloemen stelen. Daarom zet ik er geen bij. 2 maal de oma en niet de naam wil zeggen dat zijn oma daar ligt en geen 2 km verderop. Ze ligt hier!

Sandra:
L: dit is de hemel en de lucht. 's Nachts zie je een ster en overdag is het gewoon lucht.
B: je tekende de hemel boven ons. Als meme overdag sterft wordt ze een wolk, 's nachts een ster. Hij had gelijk. Dat wilde ik horen.

Wat leer ik hieruit?

Wat was het moeilijk om bij een 6-jarige te praten over dood zijn. Misschien was het versje niet geschikt. Misschien ligt het niet bij haar leefwereld. Zij denkt niet na over de dood, er is niets dat aanleiding geeft dat haar oma kan sterven. Ik blijf dus toch een beetje zitten met het bespreekbare in de klas. Geef mij maar een moment waarop het verdriet zich voordoet. Dan heb je ergens een houvast, nu heb ik niets, alleen een vers.
Deze activiteit kwam echt waar uit het niets. Nergens werd iets afgesproken, ik liet ze maar praten, maken, nadenken. Je merkt hoe concreet ze denkt: dood - ziekenwagen. Zou ze een manier weten van doodgaan. Ik vroeg ernaar: ja als je ziek bent, of in een auto-ongeluk. Ah ja, als je zo oud bent als bobonne kan je ook sterven. Kinderen konden niet sterven, die zijn te jong. Ah ja, die sterven toch, van de honger in Afrika (op school en scouts werken we rond armoede).
En toch komt die fantasie erbij. Een vliegende auto, een verkeersbord met hemel,... ze denkt er wel over na. Daarbij kwamen dan tijdens het knutselen die ingevingen van een sirène, of toch niet want oma hoort dat niet meer. Die is dood. Waar haalt ze dat toch allemaal? Het mooiste vond ik de lichten: om te verhuizen in de nacht want dan is het donker. Schitterend!
Je merkt ook dat oudere kinderen anders met de dood bezig zijn. Brecht is bloedserieus en windt er geen doekjes om: doodgaan is naar een graf, een kist, meer niet. Leven na de dood is neen, of toch een kleine twijfel. Hij reageert op de fantasie van zijn zus: allé een ziekenwagen en geen lijkwagen, vliegen dat kan toch niet,... Hij was diegene die zeer snel doorhad wat ik schilderde: dag en nacht, een hemel met wolken en sterren. Mijn meme zal er altijd zijn. Hij was het die reageerde dat mijn tekening niet klopte. Wat als het dag is en de zon scheen, waar is meme dan? Ik probeerde nog eens terug te komen op het leven na de dood, maar hij ontweek me. Ik weet uit ervaring dat ik er niet verder op in moet gaan. Hoofdstuk RZL voor hem gesloten.

Wat hij zou maken was voor mij absoluut geen verrassing: een concreet graf met een kruis. Hoeveel keer heb ik dat al niet in zijn tekeningen gevonden. Een graf is dood, weg, verdwenen, vergeten. Wat me wel verbaasde was dat hij in 3D ging werken. Normaal is het een snelle maar duidelijke tekening, nu gaf hij het echt een vorm.
Ik had verwacht dat hij meer ging vragen over wat er na de dood gebeurde, maar al die vragen bleven weg: het knutselen was belangrijker. Hij was enorm geconcentreerd bezig aan zijn graf.

Wat met het brengen in een klasje? Voor mij nog wat te vroeg. Ik ben ook zo nuchter en blijf het moeilijk vinden om er met kleuters over te praten. Geef mij toch maar een prentenboek, dat ligt korter bij hun leefwereld, de prenten maken het onderwerp bespreekbaar. Je hebt iets concreets in handen. Maar de versjes blijven wel in mijn tranenkoffer zitten. Je weet nooit waar ze goed voor zijn!

Sandra

Geen opmerkingen:

Een reactie posten